Situationeel leiderschap

Als u lerenden of nieuwe medewerkers gaat begeleiden moet u er rekening mee houden dat diverse stadia van ontwikkeling door maken en dat bij ieder stadium een andere manier van (bege)leiding geven vraagt.

  • Ontwikkelstadia lerenden
    • O1: Lage competentie >
      ---- Hoge betrokkenheid
      De enthousiaste beginner

      De medewerker is bereid om de taak uit te voeren, hij/zij is wel gemotiveerd, maar mist de vereiste bekwaamheid (een nieuwe medewerker met nieuwe taken).


    • O2: Matige competentie >
      ---- Zwakke betrokkenheid
      De ontgoochelde leerling

      De medewerker heeft nu enige bekwaamheid opgebouwd, maar is weinig gemotiveerd en/of enigszins onzeker de taak uit te voeren (een nieuwe medewerker die na een voortvarende start de eerste negatieve ervaringen opdoet bij een zelfstandige taakuitvoering, er komt meer op hem af dan verwacht).


    • O3: Hoge competentie >
      ---- Wisselende betrokkenheid
      De capabele maar voorzichtige presteerder

      De medewerker beschikt nu over voldoende kennis en kunde (bekwaamheid), maar aarzelt soms bij onverwachte problemen in de taakuitvoering of bij gebrek aan klankbord van zijn leidinggevende; dat wil zeggen er schort zo nu en dan iets aan de bereidheid.


    • O4: Hoge competentie >
      ---- Hoge betrokkenheid
      De zelfsturende professional

      De medewerker is bekwaam en bereid de betrokken taak uit te voeren.


  • Leideschapsstijlen
    • S1 - Leiden

      Geef duidelijke doelen en tijdslijnen aan de medewerker, bepaal grenzen en beperkingen en geef duidelijk leiding. Erken daarnaast ook het enthousiasme van de medewerker.


    • S2 - Begeleiden

      Maak de actieplannen en de doelen niet meer alleen, maar betrek de medewerker daarbij. Geef ook het perspectief waarbinnen de vooruitgang is geboekt. Begeleiden is nu de hoofdtaak geworden van u als leidinggevende, maar blijf daarnaast ook aanmoedigen en help de successen en het falen van de medewerker te analyseren.


    • S3 - Steunen

      Maak nog steeds de actieplannen en de doelen samen, maar laat de medewerker hier het voortouw in nemen. Vraag aan de medewerker hoe u kunt helpen, biedt dus steun. Maak desgewenst de taken ook interessanter om de betrokkenheid te behouden. Erken zowel de competentie als deze betrokkenheid.


    • S4 - Delegeren

      Aan deze medewerker kunt u heel goed taken delegeren. Geef de medewerker ook de mogelijkheid om een mentor te zijn voor anderen. Denk hier bijvoorbeeld aan stagebegeleider of inwerkcoach van een nieuwe medewerker. Blijf wel de medewerker aanmoedigen, want iedereen is op zoek naar bevestiging, dus ook een O4.