De kunst van het vragen stellen

Waarom stel ik een vraag? Wat wil ik bereiken?
Antwoord: beeldvorming. Wiens beeld ben ik aan het vormen? Wat voor beeld heb ik nodig om tot een oordeel, mening of advies te komen? Of heb ik mijn beeld eigenlijk al compleet en wil ik slechts de juistheid checken?

  1. Om mijn ‘beeld van de wereld’ te checken; SBS – Sorting By Self. Hierbij gebruik ik mijn eigen belevingswereld als referentiekader; vanuit mijn eigen beleving stel ik vragen, die dus eigenlijk al (deels) ingekleurd zijn. Dit zijn veelal gesloten en suggestieve en retorische vragen.

  2. Om inzicht te krijgen in het ‘beeld van de wereld’ van de ander; SBO – Sorting By Other. Hierbij zet ik mijn eigen wereldbeeld volledig van de kant, en ga ik vanuit nieuwsgierigheid en verwondering trachten inzicht te krijgen in wat de ander beleeft, denkt, voelt, doet.

    Open vragen nodigen de ander uit zijn / haar beeld zo volledig mogelijk weer te geven. Verder doorvragen op de antwoorden (ook open vragen) leiden tot meer informatie en meer verdieping, tot meer inzicht in de belevingswereld van de ander.

Soorten vragen, voordelen en risico's
  • Gesloten vraag
    Voorbeelden

    Ben je tevreden?
    Is het duidelijk?

    Kenmerken

    Alleen ja of nee als antwoord mogelijk

    Voordelen

    Kort, informatief

    Nadelen / risico’s

    Onvolledige / onjuiste info, gesprek stokt


  • Gerichte vraag
    Voorbeelden

    Hoe laat gebeurde dat?
    Hoe lang werk je hier al?

    Kenmerken

    Vraag naar feitelijke gegevens

    Voordelen

    Duidelijk, kort, feitelijk

    Nadelen / risico’s

    Niet stimulerend, geen aanknopingspunt


  • Keuze vraag
    Voorbeelden

    Is het wit of zwart?
    Ben je voor of tegen?

    Kenmerken

    Mogelijke antwoorden opgenomen in vraag

    Voordelen

    Duidelijk, kort, antwoorden optelbaar

    Nadelen / risico’s

    Kort, niet stimulerend, sturend


  • Suggestieve vraag
    Voorbeelden

    Je zult wel denken dat…
    Je bent het toch wel met mij eens dat…

    Kenmerken

    Antwoord in vraag opgedrongen vanuit aanname

    Voordelen

    Om te beïnvloeden of manipuleren

    Nadelen / risico’s

    Sturend, roept weerstand op, niet stimulerend


  • Open vraag
    Voorbeelden

    Wat deed je toen?
    Wat vind jij daarvan?

    Kenmerken

    Vraag naar actie / beleving waarbij antwoord open is

    Voordelen

    Stimulerend, geeft ruimte en veel informatie

    Nadelen / risico’s

    Lange antwoorden, subjectieve info, kans op afdwalen / uitweiden


  • Reflecterende vraag
    Voorbeelden

    Je bent er niet zo gerust op?

    Kenmerken

    Indruk, samengevat in vraag, om te toetsen of juist begrepen

    Voordelen

    Stimulerend, belonend, confronterend

    Nadelen / risico’s

    Afschrikkend, kans op herhaling


  • Retorische vraag
    Voorbeelden

    Zijn we hier niet allemaal trots op?
    Moeten we niet vaststellen dat?

    Kenmerken

    Bewering in vraagvorm, waarop geen antwoord verwacht wordt

    Voordelen

    Motiverend, relativerend

    Nadelen / risico’s

    Geen extra info, kans op weerstand


  • Doorvraag
    Voorbeelden

    Kun je dat toelichten?
    En wat deed dat met jou?
    Wat bedoel je daar precies mee?

    Kenmerken

    Vraag om dieper in te gaan op iets wat de ander inbracht

    Voordelen

    Stimulerend, ruimte, verduidelijking, verdieping, concretiserend

    Nadelen / risico’s

    Kost tijd, subjectieve informatie, kans op afdwalen