Reflectie met model Korthagen

Wanneer je het model van Korthagen toepast ziet dit er als volgt uit:

Fase 1:

De uitvoering. Hierna stel je jezelf de volgende vragen:

Fase 2:

Wat is er gebeurd?

Fase 3:

Wat vond ik daarin belangrijk? Dit is de kern van zelfreflectie.

Fase 4:

Tot welke voornemens of leerwensen leidt dat?

Fase 5:

Uitproberen van alternatieven


Hoe concreter de gebeurtenis is waarop gereflecteerd wordt, hoe groter de kans is dat er werkelijk wat geleerd wordt. Kortom, wanneer je je reflectie op een product begint met ‘het ging wel goed’ of ‘ik voelde me erg gespannen’, dan is de volgende stap altijd om concrete voorbeelden uit het proces te lichten waarmee die algemene uitspraak concreet te maken is.

Zo is er meer specificering te bedenken van de drie standaardvragen bij fase 2, 3 en 4.Hieronder volgen, per fase, een aantal mogelijke aanvullende vragen.

  • Fase 1
    Fase 5 vorige cyclus (= Fase 1 nieuwe cyclus)
    1. Wat wilde ik bereiken?
    2. Hoe wilde ik mijn omgeving beïnvloeden?
    3. Waar wilde ik op letten of uitproberen?

  • Fase 2
    Terugblikken
    1. Wat gebeurde er concreet, wat wou ik of mijn omgeving?
    2. Wat deed, dacht en voelde ik?
    3. Wat denk ik dat mijn leidinggevende, collega’s en ondergeschikten wilden, deden, dachten, voelden?

  • Fase 3
    Bewustwording van essentiële aspecten
    1. Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
    2. Wat is daarbij de invloed van de omgeving als geheel?
    3. Wat betekent dat nu voor mij?
    4. Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)?

  • Fase 4
    Alternatieven
    1. Welke alternatieven zie ik? (oplossingen of manieren om gebruik te maken van mijn ontdekking)
    2. Welke voor- en nadelen hebben die?
    3. Wat neem ik me nu voor, de volgende keer?

Uitgebreide informatie kun je vinden op internet: www.info.nu.nl