Emotie
Wat zijn emoties?

Emoties zijn een signaal om onszelf te vertellen hoe belangrijk een situatie voor ons is, zowel in positieve als in negatieve zin. Ze beïnvloeden direct ons gedrag. Woede bijvoorbeeld kan er voor zorgen dat je agressief reageert of communiceert.

Psychologen hebben geconstateerd dat er 6 universele basisemoties zijn, die over de hele wereld min of meer dezelfde gezichtsuitdrukking hebben. Het gaat om:

  • Vreugde
  • Verdriet
  • Angst
  • Boosheid
  • Verbazing
  • Afschuw

Daarnaast zijn er vele verschillende benamingen en vormen van verschillende emoties te bedenken. De lijst met emoties is uiteraard veel langer dan deze zes.

  • Relatie tot leren

    Als er geleerd wordt zijn er altijd emoties bij betrokken. Denk maar aan teleurstelling als iets niet lukt, of trots wanneer het juist wel lukt. Daarnaast zijn er specifieke emoties die als begeleider belangrijk zijn om te onderkennen. Bijvoorbeeld faalangst of plankenkoorts, omdat deze het leren ernstig kunnen belemmeren.

    Wanneer je reflecteert of feedback geeft neem je je emoties ook altijd mee. Je benoemt immers ook welk effect een situatie op jouw gevoel heeft. Als begeleider is het belangrijk om de leerling te laten ontdekken welke emoties hij/zij ervaart, om zo meer inzicht te verkrijgen in het eigen ontwikkelproces.

    Voor velen is het lastig om te benoemen om welke emoties ze ervaren. Het kan helpen om met emoticons/foto’s van gezichten te werken, of om de leerling een lijst te geven met verschillende benamingen en varianten van emoties.


  • Verdieping
    Emotie versus gevoel

    In het dagelijks taalgebruik worden de woorden emotie en gevoel door elkaar gebruikt. Zo ook in deze app. Echter, eigenlijk is dit niet helemaal juist. Gevoel wordt opgeroepen wanneer er niet een directe noodzaak is om er naar te handelen, terwijl emoties opgeroepen worden en zorgen voor een ‘actiebereidheid’. Denk bijvoorbeeld aan faalangst of plankenkoorts.

    Deze angst is absoluut een emotie, omdat zij een directe invloed hebben op het handelen (er wordt gestotterd, iemand klapt dicht, etc.), terwijl er ook vormen van angst zijn die – na er even goed over nagedacht te hebben – je handelen niet direct beïnvloeden. Deze laatste vorm betreft dus gevoelens. Je zal als begeleider vaker te maken krijgen met gevoelens dan met emoties.

    Faalangst

    Faalangst is de angst om het niet goed te doen, of tekort te schieten. Dit kan op allerlei gebieden voorkomen: in sport, bij examens of bij sociale activiteiten (zoals het geven van een presentatie).

    Faalangst kan ontstaan wanneer de begeleider steeds de nadruk legt op wat fout gaat. Bijvoorbeeld door met rood de fouten aan te strepen, hardop de resultaten van een test te delen met andere leerlingen, of door (in sport) een team met ‘allemaal minder sterke spelers’ apart bij elkaar te zetten.

    Faalangst komt veel voor, en is niet per definitie slecht. Een milde vorm kan immers de leerling prikkelen om harder zijn best te doen en zo nog beter te presteren. Faalangst neemt echter verkeerde vormen aan wanneer het zorgt voor een belemmering in de klas (vb. klapt dicht tijdens mondelinge overhoringen) of voor lichamelijke of psychische klachten (vb. overmatig trillen, slapeloosheid, piekeren).

    Kijk ook eens op www.faalangst.nl


  • Afbeelding emoties