De succesfactoren

De belangrijkste uitgangspunten van coaching zijn; verantwoordelijkheid, resultaatgerichtheid, vertrouwen en gelijkwaardigheid.

Om een goed en succesvol coachtraject te doorlopen richt een coach zich op vijf succes factoren; de meetlat, de ijsberg, de hier en nu, eigenaarschap en context. Deze succesfactoren gebruikt een coach tijdens alle fasen van het coachtraject.

Alle vijf succesfactoren zijn van essentieel belang in coaching. Ze zijn als het ware de bouwstenen van het coachtraject.

  • De meetlat

    De meetlat is de metafoor voor de resultaatgerichtheid van coaching. Het is van groot belang om aan het begin van het traject te definiëren wat het gewenste resultaat is. Alleen door duidelijk te hebben waar je doel ligt kan je de juiste stappen zetten.

    Zonder meetlat kan een coachtraject eigenlijk niet plaatsvinden. In het intakegesprek zal de coach altijd ingaan op de meetlat. Wat wil je bereiken? Wat is de gewenste situatie? Een voorbeeld van een methode die een coach kan gebruiken om met een coachee de meetlat te verhelderen is de Schaalvraag (zie onder op deze pagina).

    Het duidelijk opschrijven van de meetlat kan veel inzicht geven. Wat wil ik eigenlijk? Waar ligt mijn doel en is dat haalbaar? Vaak weten of voelen mensen wel dat de huidige situatie niet prettig is en veranderd moet worden. Helder hebben waar je je op wilt richten is lastiger. Daarom is de meetlat ook een van de succesfactoren van coaching.

    De meetlat geeft de coach ook houvast gedurende het coachtraject. Is de coachee nog wel op de goede weg? Dragen de oplossingen die de coachee bedenkt bij aan het behalen van het resultaat?

    Met een heldere meetlat kan een coach het gedrag van de coachee afzetten tegen het gewenste resultaat. De meetlat is het startpunt van je coachtraject.


  • De ijsberg

    De ijsberg is de metafoor voor de gelaagdheid van de menselijke psyche. De ijsberg geeft aan dat je een deel van je persoonlijkheid (gedrag) zichtbaar is. Dit zit boven de waterlijn, het zichtbare gedeelte van de ijsberg. Het grootste gedeelte van de ijsberg zit onder water.

    Zo werkt het met persoonlijkheid ook. Gedrag kan je van elkaar zien maar heel veel andere dingen niet. Gedachten, gevoelens, opvattingen, overtuigingen, waarden, drijfveren en ambitie zie je bijvoorbeeld niet direct aan iemand. Dit zijn dingen die ‘onder de waterlijn’ zitten.

    Veel van je zichtbare gedrag wordt bepaald door de dingen die onder de waterlijn zitten. Een coachvraag kan oorsprong vinden in alle lagen van de ijsberg, van helemaal boven in op gedrag, tot helemaal onder in de ijsberg op spiritualiteit en zingeving.

    De coach zal samen met de coachee bekijken waar de oplossing voor het dilemma zit. Sommige coachvragen kan je oplossen door over gedrag te praten, anderen door te praten over gedachtes en gevoelens. Hieronder vind je een plaatje van de ijsberg.

    De coach kan zich bij de ijsberg nog de vraag stellen of er single loop, double loop of triple loop gereflecteerd wordt. Voor een duurzame oplossing is single loop vaak niet genoeg. Kijk afhankelijk van de coachvraag welke vorm van reflecteren er nodig is. Voor meer informatie over reflecteren bekijk je op de pagina over reflecteren.


  • De hier en nu

    Wat doet een coach? Het antwoord op die vraag wordt eigenlijk gegeven door de hier en nu. Een coach geeft geen advies of helpt je niet. Een coach praat met je en geeft je direct wat je doet, wat je zegt en hoe je overkomt.

    Een coach heeft alleen een gesprek om jou inzicht te laten krijgen in de dingen die je wilt verbeteren. De coach doet dat door de hier en nu situatie te gebruiken. De coach geeft je bijvoorbeeld terug of je gedrag congruent is met je opvattingen en drijfveren. Als coachee op de manier gespiegeld worden kan veel inzicht geven.

    Verder kan de coach de hier en nu situatie gebruiken om je te herinneren aan je eigenaarschap en de meetlat. Je moet het zien als directe feedback op de interactie. De coach kijkt naar houding en gedrag en of daar patronen inzitten.
    Voorbeelden van vragen:

    1. Welke houding van de coachee is zichtbaar?
    2. Welke patronen vertonen zich tijdens het gesprek en zijn er vergelijkbare processen op het werk?
    3. Hoe verloopt het gesprek en kun je dat relateren aan de vraagstelling?

    Voorbeeld:

    Een coachee wilt bijvoorbeeld werken aan de competentie besluitvaardigheid. Tijdens een coachgesprek kan de coachee geen keuze voor een nieuwe datum voor het volgende gesprek. De coach kan de coachee hierop feedback geven. Dit is een eenvoudig voorbeeld maar in de realiteit een krachtig instrument.

    Voor de coach:

    Je aanwezigheid is al een interventie; wat is daarvan het effect op de coachee en het gesprek? Welk soort vraag stel je om de hier en nu optimaal te benutten?


  • Eigenaarschap

    Het eerste uitgangspunt van coaching is dat je zelf verantwoordelijk voor de resultaten van het traject. Voor het bedenken van oplossingen, het komen tot nieuwe ideeën en het aanpakken van bestaande problemen ben je zelf verantwoordelijk. In coaching wordt dit eigenaarschap genoemd.

    Zonder eigenaarschap voor het probleem, het dilemma of het resultaat wordt het coachtraject niet succesvol. Als coachee moet je je verantwoordelijk voelen. Je moet niet veranderen, je wilt veranderen. Je bepaalt zelf de meetlat, je bepaalt zelf de dingen die je kunnen helpen, je doet het zelf.

    De context kan vaak veel invloed op je werk en je werkbeleving hebben. Je context kun je echter nauwelijks veranderen. De enige die je kan veranderen ben je zelf.

    Eigenaarschap vraagt om discipline, zelf keuzes maken en daar aanspreekbaar op zijn. Gebrek aan eigenaarschap-instelling is te herkennen aan uitspraken als:

    • - Door jullie kan ik niet werken.
    • - Zo ben ik nu eenmaal.
    • - Dat zit in de familie.
    • - Wat moet ik doen, die zegt dat en die weer zo.

    Welke vragen kan je stellen om te achterhalen hoeveel eigenaarschap iemand heeft:

    • - Wat is jou bijdrage hierin?
    • - Wat heb je er al aan gedaan?
    • - Wat ga jij doen/veranderen om die meetlat te bereiken?


  • Context

    Om effectief aan de slag te gaan met je coachvraag is het belangrijk dat je je bewust van je omgeving. Je omgeving / context heeft invloed op jou en vise versa.

    Je moet je bijvoorbeeld realiseren dat jij een ijsberg hebt maar de mensen om je heen ook. Hun gedrag wordt ook verklaard door gedachtes en gevoelens. Inzicht krijgen in je context kan daarom veel duidelijk maken.

    Je staat continu in contact met je omgeving. Naast personen definiëren de organisatie waarin je werkt, de cultuur, de sfeer op je werk en bijvoorbeeld je thuissituatie ook je context. In de functionele analyse en de RET beschrijf je en kijk je naar de context als hulpmiddel bij je coachtraject.

    Deze methodes geven je inzicht in de contextuele factoren die van invloed zijn op jouw coachvraag. Je kan ook de STARR-methode gebruiken om te kijken hoe je reageert op situaties. Deze methode kan behulpzaam zijn bij het formuleren van een goede HKI.

    Als coach moet je wel voorzichtig zijn met context. Contextanalyse mag niet conflicteren met eigenaarschap!