Communiceren

Communiceren doet iedereen. Het is namelijk informatie uitwisselen. Het is het duidelijk maken van je wensen, mening, behoeftes. Je hebt een boodschap, die je overbrengt naar een ander. De ander ontvangt de boodschap en geeft wellicht een boodschap terug. Het is ook mogelijk dat de communicatie fout gaat, je begrijpt elkaar niet. Wie niet goed zijn boodschappen kan overbrengen, raakt gefrustreerd, somber en eenzaam of creëert dit bij de ander.

Communiceren gebeurt op vele manieren: niet alleen met je stem! Bijvoorbeeld met mimiek, lichamelijk contact, oogcontact, melodie, intonatie, voorwerpen, foto’s, pictogrammen, tekeningen en gebaren. Dit noemen we non-verbale communicatie.

De beste manier om je boodschap over te brengen is door totaal te communiceren. Dit houdt in dat je zowel verbale als non-verbale middelen gebruikt om je boodschap over te brengen. Door afwisseling en diversiteit is de kans op een geslaagde communicatie veel groter.

  • Relatie tot leren

    De belangrijkste motivatiekiller voor lerenden is een verkeerde wijze van communiceren door docenten en begeleiders. Indien leerlingen respect, gelijkwaardigheid, betrokkenheid en een zekere mate van belangstelling voelen en ervaren, wordt in verreweg de meeste gesprekken de docent positief beoordeeld.

    Veel leerlingen verliezen een groot deel van hun motivatie als de docent of begeleider de verkeerde toon aanslaat. Vaak is het de toon die de muziek maakt. Dit toont duidelijk aan dat het succes van een leertraject voor een groot deel wordt bepaald door goede communicatie en zelfs doorslaggevend is voor de motivatie van een leerling.


  • Verbale communicatie

    De manier van je communicatie moet altijd aangepast zijn aan de ontvanger van de boodschap. Dit betekent dat je als begeleider of instructeur niet kunt verwachten dat de leerling al jouw kennis heeft en direct begrijpt wat je bedoelt. Een keer extra uitleggen, of op een andere manier kan soms wenselijk zijn.

    Hou dus rekening met spraak/taalproblemen, intelligentie, motoriek, zintuiglijke waarneming, psychische aspecten (vermoeidheid, concentratie), ervaring en communicatieniveau.


  • Non-verbale communicatie

    Als iemand op sombere toon zegt dat het goed met hem gaat, geloof je dat niet. Evenmin als iemand met gebalde vuisten zegt niet boos te zijn. Andere voorbeelden zijn je wenkbrauwen fronsen, je schouders ophalen, handgebaren maken, je hoofd wegdraaien, lachen of te snuiven.

    Als je verbale en non-verbale boodschap niet met elkaar overeenkomen, vertrouwen mensen eerder op je non-verbale signalen. Ze hechten dan minder geloof aan wat je zegt. Ken dus je eigen lichaamstaal én let op die van anderen.


  • Tips voor communicatie

    Om op een juiste manier te communiceren volgen hier een aantal tips:

    1. Je stem weerspiegelt je stemming
    2. De toonhoogte geeft aan of je iets serieus of grappig bedoelt
    3. Door met je stem te varieren hou je de aandacht vast
    4. Door oogcontact maak je duidelijk dat je geinteresseerd bent
    5. Wegkijken betekent in westerse culturen: angst/onzekerheid/onoprechtheid
    6. In sommige niet-westerse culturen is dit juist een teken van respect
    7. Een gesloten houding maakt je in de ogen van anderen ongeinteresseerd of vijandig
    8. Een losse,ontspannen houding maakt je toegankelijk


  • Afbeelding communicatie

  • Gespreksmodellen / technieken

    Om structuur in je verbale communicatie aan te brengen zijn er diverse gespreksmodellen in omloop. Een voorbeeld van een eenvoudig model is het OFGA-model. Dit staat voor:

    1. Opening van het gesprek (doel verduidelijken)
    2. Feitelijke situatie (waar staan we op dit moment)
    3. Gewenste situatie (waar moeten we naar toe)
    4. Afsluiting (afspraken maken)

    Belangrijk is om dit model alleen als handvat te gebruiken. Veel belangrijker is het om de leerling ruimte en tijd te geven om zijn beeld, wensen en verwachtingen omtrent het onderwerp toe te lichten. Als er nog zaken zijn die tijdens het gesprek niet voldoende zijn besproken, maak dan een vervolgafspraak.

    Bij alle gespreksmodellen gaat het om het gebruik van effectieve gesprekstechnieken. In de basis gaat het dan om 3 kernwoorden:


    Luisteren

    Met je oren maar kijk ook naar non-verbale signalen.

    Samenvatten

    Hiermee check je of je de boodschap goed hebt begrepen.

    Doorvragen

    Vooral alert zijn op vaagheden en algemeenheden.


    Kortweg de LSD-formule. Als je deze formule goed gebruikt heb je het beeld compleet en evt. aanwezige waardevolle informatie naar boven gehaald.


  • Slecht nieuwsgesprek

    Bijzondere aandacht verdient het slecht nieuwsgesprek. Als dit op de verkeerde manier wordt aangepakt kunnen de gevolgen desastreus zijn. Het slecht nieuws gesprek wordt altijd gebracht door degene die beslissingsbevoegd is en bestaat uit de volgende stappen:

    1. Inleiding (kort en zakelijk, bijv. ik heb slecht nieuws……)
    2. Breng het slechte nieuws (helder en transparant incl. argumenten/overwegingen)
    3. Help met verwerken (geef ruimte voor emotie/ontlading maar blijf bij je boodschap)
    4. Help bij het zoeken naar oplossingen/alternatieven (evt. in een vervolggesprek als de impact van de boodschap groot is)
    5. Maak afspraken (met heldere termijnen)